De meeste van jullie kennen mij wel als iemand die houdt van ‘luchtkastelen bouwen’; ben ik weer met mijn vergezichten… Vraag mij een gemiddeld onderwerp en ik heb wel een beeld van hoe ik het vandaag de dag zie en hoe ik het graag in de toekomst zou zien. Vandaag had ik echter een gesprek, waarbij ik me toch echt even afvroeg hoe goed mijn visie op onderwijs ontwikkeld is, maar ook in het algemeen. Het zette me aan het denken: hoe ontwikkel ik mijn beelden over de toekomst, wat zijn de bouwstenen en hoe verbind ik mijn begrip van de huidige wereld met mijn overtuigingen, normen en waarden?
Een beeld schetsen van mijzelf als directeur lukt me vrij aardig. Gedrag, toon, gevoel, ‘vibe’; die zie ik allemaal voor me – hoe het in de school werkt; kinderen, leerkrachten, coördinatoren, begeleiders, convierges, externe partners en ik. Dat komt wel goed. Maar wat is mijn visie op onderwijs?
Door met steeds meer leiders in het onderwijs te praten, merk ik dat we er allemaal net even anders over denken en dat mijn visie op onderwijs nog erg beïnvloedbaar is. In deze fase zal dus een flinke recency-bias aanwezig zijn, mocht ik gevaagd worden mijn visie op papier te zetten. Daarnaast ben ik gevoelig voor kennis/wetenschappelijke onderbouwing. Dat betekent dat een schooltype als Montessori goed bij mij resoneert. Tegelijkertijd zijn niet wetenschappelijke concepten als Dalton en Jenaplan ook aan mij besteedt, juíst doordat ze minder voorschrijvend zijn en op een onderzoekende manier de praktijk gebruiken om richting te geven.
Ook weet ik dat zonder het hardop uit te spreken, mijn grote gevoel voor rechtvaardigheid, mijn bijna blinde geloof dat alle mensen goed in zich hebben en de drang naar verbondenheid voor mijzelf en mijn omgeving ontzettend sterk elke visie die ik schets kleuren. Ik ben er best trots op dat ik deze bouwstenen kan gebruiken. Ze staan voor mij als pilaren en hebben de draagkracht om de vergezichten die ik ontwikkel te ondersteunen. Elke keer weer.
Nu is het de taak deze overtuigingen te gebruiken om mijn vergezichten over onderwijs te steunen. Daarvoor is het niet alleen nodig dat er een stevige balans is; daarvoor ben ik ook op zoek de verbindingen tussen de losse onderwerpen die spelen in het onderwijsdomein. Losse elementen; daar heb ik wel een beeld bij. Wanneer ik de losse elementen echter met elkaar verbind, dan merk ik dat de ‘connective tissue’ er nog niet is. Het is me nog niet duidelijk genoeg hoe alle losse elementen met elkaar in verhouding staan; waarschijnlijk de reden dat wanneer ik weer aan ga op de visie van een ander, dit een grote impact heeft op mijn eigen voorstelling.